26 juni 2026
Als één plus één overduidelijk drie is, wat is dan precies het probleem?
Wouter Koolmees, President-directeur bij NS, was een van de keynote sprekers tijdens het werkgeversevent op 11 juni. Daar deelde hij zijn perspectief op nieuwkomers en werk. Als burger, als minister en als president-directeur bij NS.
De burger
Wat lijkt het een gemakkelijke optelsom. De arbeidsmarkt kent historische krapte en we hebben nieuwkomers die staan te trappelen om hun talenten hier in te zetten. Laat er geen misverstand over bestaan, we hebben écht iedereen nodig. Door vergrijzing en de uitstroom van mensen die de komende jaren met pensioen gaan, hebben we een grote vervangingsvraag.
We, als in de Nederlandse Spoorwegen. Een derde van mijn collega’s is 55 jaar of ouder. Alleen al de komende tien jaar zullen er zo’n zesduizend met pensioen gaan. Maar ook we als in Nederland. De problematiek is overal hetzelfde; zorg, onderwijs, noem maar op.
Het mes snijdt aan twee kanten. Integreren gaat het beste met werk. Werk betekent integratie; sowieso het inkomen, de sociale contacten, de taal, regelmaat, alleen al uit huis komen en bewégen. Ik durf de stelling wel aan dat je van werk veel gelukkiger wordt dan van de hele dag Netflix kijken.
Maar, als één plus één zo overduidelijk drie is, wat is dan precies het probleem?
Nu weet ik niet of de politiek de afgelopen jaren rechtser is geworden. Wat ik wel weet is dat het politieke midden de afgelopen tijd is opgeschoven. Dat maakt dat de houding tegenover nieuwkomers een hele andere dynamiek heeft gekregen. Niet per se een positieve. Vrijwel alle problemen in dit land
worden vrijwel direct – en laat ik duidelijk zijn; ook vrijwel altijd onterecht – aan nieuwkomers gekoppeld.
De andere kant is ook waar. Ik denk dat veel Nederlanders best begrip hebben voor mensen die bijvoorbeeld een oorlog ontvluchten. Die snappen dat opvang hoort bij beschaving. Dat basisgevoel is nog altijd fors aanwezig in Nederland. Dat biedt perspectief.
Tegelijkertijd zoeken we daarin in dit land wel altijd de wederkerigheid. We willen toch een beetje het gevoel hebben dat mensen wel hun steentje bijdragen.
Wanneer dat slecht van de grond komt – om welke reden dan ook; stroperig beleid is er daar zeker eentje van – dan heb je jaren later ineens wél weerstand. En dat maakt iets dat simpel lijkt, ineens heel ingewikkeld. Omdat tegenstanders zeggen: “Zie je wel, die mensen doen niets behalve profiteren”. Dat beeld hebben we denk ik de afgelopen decennia zien ontstaan.
De minister
Ik zag het beeld in ieder geval tijdens mijn periode als minister ontstaan. In kabinet Rutte III was ik minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In het beleid zaten toen te weinig aanknopingspunten om het daadwerkelijk te dóen.
Veel nieuwkomers deden te lang over hun inburgering en werden niet gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te behalen. Soms werd uit zekerheid een lager niveau gekozen. Echt werk maken van nieuwkomers was daardoor moeilijk en zo leken we langzaam maar zeker in een vicieuze cirkel te belanden. De tendens rond nieuwkomers werd steeds negatiever.
Op mijn voorstel is de Tweede Kamer daarom met grote meerderheid in juli 2020 akkoord gegaan met een nieuwe Wet inburgering. In dit nieuwe stelsel geldt een hogere norm voor het taalniveau en combineren nieuwkomers hun taallessen direct met vrijwilligers- werk of een stage.
Daarnaast maken nieuwkomers actiever kennis met de lokale arbeidsmarkt. En tot slot een grotere rol voor gemeenten. Zij zijn toch de bestuurslaag die het dichtst bij de mensen staat en kunnen daardoor het beste maatwerk bieden.
De president-directeur
In november 2022 veranderde mijn rol en werd ik een werkgever, zogezegd. Ik begon aan mijn baan als president-directeur van NS. NS moet u zien als Nederland in het klein. Iedere landelijke ontwikkeling speelt ook in ons bedrijf. Wij zijn een staatsdeelneming, voelen ons een maatschappelijke dienstverlener en zijn altijd graag deel van de oplossing. Bij NS vinden we dat gelijke dromen gelijke kansen verdienen. We geloven dat diversiteit ons sterker maakt. Daarom zetten we ons al sinds 2015 in om nieuwkomers de kans te bieden hun talenten te ontwikkelen. Om een rol te spelen, bijvoorbeeld bij het rijden van treinen, in de techniek of binnen de IT.
We hebben ondertussen tientallen nieuwkomers in dienst. De 10 banen voor hoogopgeleiden die we jaarlijks aanbieden, zijn een opstap op de Nederlandse arbeidsmarkt gebleken. Zo’n 75 procent van de deelnemers vindt binnen of buiten NS een passende baan op dat niveau.
Ander voorbeeld waar we trots op zijn: In onze eigen MBO 2 opleiding tot treinmonteur hadden we de afgelopen jaren regelmatig een student met een vluchtelingachtergrond. In 2024 zijn er in deze reguliere opleiding 10 statushouders ingestroomd in een groep van 78 studenten.
Het is onze ervaring dat het voor nieuwkomers essentieel is dat zij zich onderdeel voelen van het team. Dat ze ondersteund worden door leidinggevenden en directe collega’s. Dit betekent heel simpel dat zij bijvoorbeeld vragen mogen stellen. Over woorden en uitdrukken die zij niet begrijpen, tot aan zaken als de werking van het beoordelingsproces.
NS kent een informele cultuur, een Nederlandse cultuur zou je ook kunnen zeggen. Dat is voor statushouders echt even wennen. Maar zodra ze door hebben dat iedereen – hopelijk tot aan de president-directeur aan toe – benaderbaar is, geeft dat wel meer vrijheid om zichzelf te laten zien.
Klinkt goed, maar gaat ook alles goed? Nee. Het derde jaar blijkt soms lastig, als bij een nieuwkomer het besef doordringt dat de match niet optimaal is. Maar de hand mag ook voor NS in eigen boezem. Soms zijn we te lief, want we willen zo graag helpen en het goede doen.
Dat is nobel, maar niet het goede uitgangspunt. Een nieuwkomer aannemen moet echt onderdeel zijn van je beleid. De succesvolle voorbeelden zijn ook altijd de bedrijven die niet ‘het goede willen doen’, maar die een vacature hebben die ze heel graag gevuld zouden zien. Zo proberen we het bij NS dan ook te benaderen.
Tijdens het panelgesprek op 11 juni. V.l.n.r.: Wouter Koolmees, Manon van Beek, Arthur Wijsmuller, Rens Wulms.
Ik rond af. Het aan het werk krijgen van nieuwkomers lijkt logisch, en dat is het ook. Het is alleen niet altijd gemakkelijk.
Beleid kan in de weg zitten, cultuur kan in de weg zitten. Het goede nieuws is echter dat elke keer dat het lukt, het voor de volgende nieuwkomer gemakkelijker wordt.
Omdat we dan beter weten wat werkt, en omdat ieder succesverhaal het algemene beeld rondom nieuwkomers verbetert. En stukje bij beetje, op den duur, ziet heel Nederland uiteindelijk dat het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van nieuwkomers op alle mogelijke manieren een goed idee is.
Dat maakt het voor NS elke dag de moeite waard om hier de strijd voor aan te gaan.
Bekijk meer:
- Meer over diversiteit en inclusie bij NS
- De keynote speech van Manon van Beek
- De best practice van HEMA Zutphen